John Terwal uit Joure in 1998 winnaar van Haarlems improvisatieconcours
Friese Orgelkrant 1999
De media in Friesland besteedden er maar summier aandacht aan, maar in juli van het vorig jaar was John Terwal uit
Joure de verrassende winnaar van het Internationale Orgelimprovisatieconcours in Haarlem, Naast de landelijke dagbladen
wijdden vooral de regionale Haagse Courant en het Haarlems Dagblad pagina's vol aan het concours van vorig jaar, dat
alleen Nederlandse finalisten kende. En uit die finale kwam de in Joure woonachtige Johan Terwal als winnaar tevoorschijn.
De redactie van de Friese Orgelkrant was unaniem van oordeel, dat zij hieraan aandacht moest besteden. Daarom een interview.
Als ik de woning van Terwal binnentreed, valt mijn blik in de gang op een enorme poster van het imposante Müller-orgel
in de St. Bavo. Logisch, want dat orgel is niet meer weg te denken uit het leven van John Terwal.
Omdat veel orgelliefhebbers nauwelijks van hem gehoord zullen hebben, is de eerste en voor de hand liggende vraag: 'Wie
is John Terwal eigenlijk'?
John Terwal: 'Ik ben in 1957 te Zwolle in een muzikaal gezin geboren. Mijn vader speelde orgel, mijn moeder zong en mijn
broers en zusters bespeelden allemaal een instrument, dus kon ik als jongste niet achterblijven. Echt vroeg met muzieklessen
was ik niet. Ik zal een jaar of acht zijn geweest toen ik orgel begon te spelen. Noten lezen heb ik me in de jaren daarna
zelf geleerd en ik zal een jaar of 12 geweest zijn, toen ik het idee kreeg later musicus te willen worden. Tijdens mijn
middelbare schooljaren ging ik orgellessen nemen bij Fred Sollie in Kampen en via de Kamper Muziekschool ging ik vervolgens
naar het conservatorium in Utrecht. Ik wilde bewust naar Utrecht vanwege de goede naam die het Stichtse conservatorium
destijds had, zeker op orgelgebied met docenten als Kees van Houten en Jan Welmers'.
In 1986 kwam John Terwal na zijn afstuderen in Joure wonen en daar woont hij dus nog steeds. In Akkrum werd hij aan de
muziekschool Boarnsterhim docent orgel, harmonisatie en improvisatie. Zijn leerlingen van de cursus harmonisatie en improvisatie
geeft hij les in de Hervormde kerk van Joure. Opvallend daarbij is, dat Terwal zelf geen kerkorganist is en dat ook nooit is
geweest. Voorlopig heeft hij die ambitie ook niet.
In datzelfde jaar 1986 en in het jaar daarop deed hij mee aan het nationale improvisatieconcours van Bolsward, waar hij de
koraalprijs won. Deelname aan Bolsward werd beschouwd als het 'toelatingsexamen' voor deelname aan het fameuze improvisatieconcours
van Haarlem, maar Terwal vond dat hij daar in 1988 nog niet aan toe was. In 1990 deed hij wel mee en drong door tot de finale.
In 1992 deed hij opnieuw mee, maar viel toen in de tweede ronde af.
Het nationale orgelimprovisatieconcours van Bolsward bestaat niet meer en daarom heeft Terwal met een aantal gelijkgestemden
onlangs een nieuwe Stichting Nationaal Orgelimprovisatieconcours opgericht. Op 18 september van dit jaar organiseert deze
stichting haar eerste concours in Zwolle en de winnaar van dit concours wordt automatisch deelnemer aan het internationale
concours van Haarlem in het jaar 2000.
Ik ben leek op het gebied van orgelconcoursen en laat me daarom van alles over het verloop van zo'n concours als dat van
Haarlem vertellen. Terwal:
'Het concours vindt in juli plaats en in oktober daaraan voorafgaand krijgen potentiële deelnemers een thema waarover
geïmproviseerd moet worden toegestuurd. Binnen 14 dagen moet een bandje met een improvisatie worden teruggestuurd en op
basis van die inzendingen worden vervolgens 10 deelnemers aan het Internationale Orgelimprovisatieconcours geselecteerd.
De winnaar van het nationale concours in Zwolle hoeft dus niet zo'n bandje in te zenden'.
De opzet van het internationale concours te Haarlem is in de loop der jaren veranderd, vertelt Terwal verder. In de zeventiger
jaren toen Jan Jongepier en Jos vd Kooy het concours wonnen, was er maar één ronde en moest de winnaar zijn 'titel' het volgend
jaar verdedigen. Nu bestaat het concours uit drie ronden met een afvalsysteem, maar hoeft de winnaar zijn titel een volgende
keer niet te verdedigen.
Bij het concours gaat het er erg formeel en stipt aan toe. Juryleden en deelnemers worden strikt gescheiden en krijgen elkaar
niet te zien. Zelfs de ontvangst op zondag vindt gescheiden plaats. De maandag daarop mogen de buitenlandse deelnemers op het
Müller-orgel van de St. Bavo studeren. Van dinsdag tot en met donderdag vindt het eigenlijke concours plaats en de juryleden
weten dan niet wie wanneer speelt. Mede door de goede organisatie heeft het concours van Haarlem zijn naam en faam weten te
handhaven.
De jury bestaat uit bekende organisten en orgelcomponisten, 5 in totaal. In 1998 had als Nederlander Peter Jan Wagemans zitting
in de jury. De vier andere juryleden kwamen uit vier andere landen, waaronder Nigel Allcoat uit Groot-Brittannië. Componisten
worden door het organiserend comité (met o.a. Piet Kee en Ewald Kooiman) aangezocht om thema's te componeren waarop de deelnemers
kunnen improviseren. Voor de eerste ronde van 1998 schreef Naji Hakim, zelf oud-winnaar van 'Haarlem', een thema. Voor de tweede
ronde werd de jazzvioliste Ig Henneman gevraagd. De bekende organist Lionel Rogg schreef het lastige thema voor de derde ronde.
Wat zijn de effecten van het feit dat je 'Haarlem' hebt gewonnen?
John Terwal: 'In de eerste plaats de oprichting van de Stichting Nationaal Orgelimprovisatieconcours, waarover ik al vertelde.
In de tweede plaats ga ik binnenkort een radioconcert verzorgen. Verder hoop ik samen met de overige leden van commissie de
orgelconcerten in Langweer een nieuwe impuls te kunnen geven. De drie mede-finalisten verzorgen dit jaar in Langweer
improvisatieconcerten. Tenslotte hoop ik binnen afzienbare tijd meer concerten te gaan geven. Maar dan in een modern jasje,
dat wil zeggen moderne muziek met een moderne presentatie. Misschien een theater-achtige vorm zonder op goedkope effecten uit
te zijn. Ik denk ook aan het uitbouwen van improvisaties, bijvoorbeeld door met ensembles en koren te improviseren'.
Het is in elk geval duidelijk, dat Terwals voorkeur naar moderne muziek uitgaat. Bijvoorbeeld naar muziek van Manneke en Ligeti.
'Barokmuziek spelen, dat kunnen anderen beter dan ik', zegt hij.
Voordat we het interview beëindigen en ik afscheid van John Terwal neem, bekijken we nog even het plakboek dat hij van het
Haarlemmer Improvisatieconcours 1998 heeft aangelegd. Er is een opvallend ambtelijk briefje van het gemeentebestuur Skarsterlân
bij, behandeld door een ambtenaar. In dat briefje wordt Terwal kort en zakelijk gefeliciteerd. En dat was dan dat. Het winnen
van een prestigieus internationaal orgelimprovisatieconcours is in het huidige tijdsgewricht niet te vergelijken met het behalen
van bijvoorbeeld een schaatstitel. Dat bleek ook al uit de geringe aandacht in de Friese media voor Terwals spectaculaire prestatie.
Daarom wenst het bestuur van de Stichting Organum Frisicum hem alsnog van harte proficiat.